Na vier maanden,zonder steeds onafgebroken op mijn iPhone te kijken, roept het werk weer.Alhoewel ik mij dit keer voorneem nooit meer zo verslaafd aan mijn telefoon teraken dan voor de zwangerschap.

“Ja, ik heb het geluk dat mijn lieve dochter ook geen ochtendmens is”

Ok,maandagochtend twee februari, voor het eerst in weken gaat de wekker om 07.00 uur.Ja, ik heb het geluk dat mijn lieve dochter ook geen ochtendmens is, dus haarontwaken is niet automatisch ook mijn wekker.

Ik stap onder dedouch met een zekere gespannenheid, gaat het mij lukken om op tijd op werk tekomen nu het ochtendritueel heel wat meer behelst dan alleen mijzelf aangekleedde deur uit krijgen. Ik douche mij sneller dan normaal, want ik wil niet op mijneerste werkdag te laat komen, maar ook niet door het geluid van de douchestralenhet ontwaken van mijn dochter missen. Te laat! Als ik de doucheknop uitdraaihoor ik haar huilen. De fles. Gelukkig stommelt manlief al naar haar kamertjeom de fles in de, jawel, flessenwarmer te plaatsen.

Onaf-gedroogdhang ik boven haar wiegje. Het plan om eerst mijzelf aan te kleden en op te makenvoordat ik mij tot dochterlief wend (tip van vriendin L.) is dus mislukt. Ik kruip met haarterug in bed en geef haar de fles. Normaal gesproken drinkt ze de fles in eensnelle 15 min leeg, maar nu besluit mevrouw eens heerlijk rustig haar fles opte drinken. En wie ben ik om haar dit moment te ontnemen.

“Goddank alle lieve oma’s van deze wereld die het mogelijk maken dat alle dochters met een gerust hart naar werk kunnen”

Ik wacht geduldigen bedenk mij dat ik mijn mascara ook wel in de auto op kan doen. Om 7.45 ligtCharlie inmiddels aangekleed beneden op haar oma te wachten en kan ik verdermet mijn ochtendritueel. Insmeren, aankleden, föhnen, make-up-en ontbijten, hetis een godswonder dat dit mij allemaal in 30 minuten is gelukt zodat ik op tijd inde auto zit op weg naar kantoor. Met grote dank aan mijn moeder die stipt om8.00 op de keukenvloer staat om Charlie van mij over te nemen. Goddank allelieve oma’s van deze wereld die het mogelijk maken dat alle dochters met eengerust hart naar werk kunnen.

Als ik ruim voor9-en de trap oploop naar de showroom van het kantoor bekruipt mij een vertrouwdgevoel. Ik stap hier na vier maanden weer binnen en ondanks het alles overweldigendemoederschap krijg ik niet het gevoel een ander mens te zijn. Het zes jaarwerken in dezelfde omgeving schept dus zelfvertrouwen. De dag vliegt ondanksalle nieuwe plannen voorbij, met als groot verschil dat ik aan het einde van dedag niets liever wil dan zo snel mogelijk naar huis, naar mijn lieve kleinedochter.

“Ditmaal met het grote verschil dat niet mijn moeder om 8.00 uur in de keuken staat, maar dat Charlie en ik op tijd in het kinderdagverblijf moeten staan”

De week vervolgten donderdag wordt opnieuw een uitdaging. Ditmaal met het grote verschil dat nietmijn moeder om 8.00 uur in de keuken staat, maar dat Charlie en ik op tijd inhet kinderdagverblijf moeten staan. Endat klinkt makkelijker dan het is. Want bij het ochtendritueel van maandag, dinsdagen woensdag komt nu ook nog Charlie haar bad- en aankleedritueel. Enfin, ookdit hebben we gered. Mijn werkdag kan beginnen.

Ik moet eerlijkbekennen dat het op werk toch iets anders voelt dan op de dagen dat mijn moederof manlief voor haar zorgen. Rond hetmiddaguur kan ik het niet laten om toch even te bellen of ze het goed maakt.Alles gaat goed! Gelukkig. Als ik einde dag bij het dagverblijf arriveer hoorik haar huilen of beter gezegd krijsenvoordat ik de voordeur van het pand heb geopend. En voor het eerst deze weekbreekt mijn moederhart. Waar ik eerder deze week het gevoel had prima beideballen in de lucht te houden. Voel ikmij nu in een klap de slechtste moeder van de wereld. Onzin natuurlijk, maar zovoelt het. Als ik Charlie overneem van haar de alleraardigste leidster, stop zedirect met huilen en daarmee ebt ook mijn gevoel de slechtste moeder te zijn weer weg.

Waarop C. mij aankijkt en zegt; “Nu klink je wel heel erg als een truttig damesblad”

Als ik op mijnvrije vrijdag onder het genot van een cappuccino in de stad met vriendin C. deweek doorneem is alles weer een beetje geland en moet ik concluderen dat we (Charlieen ik) de eerste week eigenlijk prima hebben overleefd. Ik probeer vriendin C. uit te leggen hoe het voelt, werkende moeder zijn; ik vertel haar dat het hebben van een kind enweer aan het werk gaan het leven eigenlijk wel dynamisch maakt. Waarop C. mij aankijkt en zegt; “Nu klink jewel heel erg als een truttig damesblad”. Ok dat is ook zeker niet de bedoelingen wellicht te voorbarig, maar het werken en moeder zijn bevalt mij goed! Metalle ups en downs.

Tekst en beeld: Kim Harmsen